Sportverenigingen zijn onmisbaar voor Bunschoten. Ze brengen mensen in beweging, verbinden inwoners en houden onze gemeenschap sterk en gezond. Goede gemeentelijke ondersteuning vinden we dan ook belangrijk. Daarbij geldt dat ook voor sportbeleid regels actueel, eerlijk en financieel verantwoord moeten zijn. Daarom heeft de ChristenUnie-fractie schriftelijke vragen gesteld over de Nadere regel subsidie Sportaccommodaties 2014. Deze regeling is ruim tien jaar oud en blijkt nu, na jaren op de plank te hebben gelegen, opnieuw actueel te zijn. Dat roept vragen op. Niet alleen over de regeling zelf, maar ook over de manier waarop het college hiermee omgaat.
De betreffende regeling bestaat al enige tijd en is voor het laatst bijgesteld in 2014. Sinds 2011 wordt er echter geen budget meer vrijgemaakt. Toch is de regeling nu opnieuw actueel, omdat eerder dit jaar twee sportverenigingen een aanvraag hebben ingediend. De regeling bevat onder meer aflossingsvrije en renteloze leningen. Ook wordt gesproken over renteloze leningen die in maximaal vijftien jaar moeten worden afgelost. Wij vragen ons af of zulke financieringsconstructies nog passen bij de financiële werkelijkheid van vandaag.
Het is bovendien vreemd dat deze regeling al zo lang zonder budget op de plank ligt. In feite is er dus geen mogelijkheid om aanvragen te honoreren. In al die jaren had het college de regeling al kunnen actualiseren of intrekken. Blijkbaar was er weinig animo om dit onderwerp op te pakken, mogelijk omdat discussie over financiële steun aan sportverenigingen gevoelig ligt. Al snel kan er een beeld ontstaan dat de gemeente sportverenigingen tekortdoet. Sport ligt nog wel eens gevoelig in onze gemeenschap. Maar gevoeligheid kan geen reden zijn om noodzakelijke keuzes steeds vooruit te schuiven.
Het gaat ons dan ook niet alleen om de inhoud van de regeling. Het gaat ook om de manier waarop hiermee wordt omgegaan. Op 7 mei stelde de ChristenUnie vragen hierover in de commissie Samenleving. Daarbij werd toegezegd dat het college hierop zou terugkomen. In juni werd aangegeven dat het onderwerp vanwege de coalitieonderhandelingen moest wachten. Inmiddels zijn die onderhandelingen afgerond. Toch blijft een inhoudelijk antwoord nog altijd uit. In september hebben we opnieuw gevraagd naar de status van de toezegging. De waarnemend wethouder gaf aan dat de raad nu voor de begrotingsraad eind oktober informatie en een voorstel zal ontvangen. Een nieuwe toezegging, die niet wegneemt dat wij al maanden wachten op antwoorden.
Daarom stellen we schriftelijke vragen. Daarmee vragen we niet alleen aandacht voor de regeling zelf, maar ook voor deze gang van zaken. Een toezegging aan de raad hoort geen maanden te blijven liggen. De raad moet tijdig over de juiste informatie beschikken om zijn werk te kunnen doen. Het college heeft tien werkdagen de tijd om onze vragen te beantwoorden.
Ons standpunt hierin is helder: de regeling moet worden ingetrokken of grondig worden herzien. Als de regeling blijft bestaan, moet zij aansluiten bij de huidige financiële, fiscale en bestuurlijke realiteit. Ook moeten alle verenigingen op een transparante en gelijke manier worden behandeld.
Sportverenigingen verdienen goede ondersteuning en het is mooi dat hier regelingen voor zijn, maar die ondersteuning moet wel eerlijk, uitlegbaar en financieel verantwoord wezen. Een regeling uit 2014 kan niet zonder nadere beoordeling in 2026 worden voortgezet.
Onze vragen zijn hier te lezen.